Accountants: marktwerking als medicijn

Accountants: marktwerking als medicijn

Inge Norbruis - Managing Consultant Emeritor"Merkwaardig genoeg blijft de rol van de opdrachtgever onderbelicht."

11 april 2016 | Inge Norbruis | Publicatie: InkopersCafe

Het zal niemand zijn ontgaan dat er nogal wat aan de hand is in de accountantsbranche. Om misstanden te voorkomen is er inmiddels sprake van een wettelijk verplichte roulatie van eens in de 8 jaar. Deze verplichte roulatie geldt voor de zogenaamde OOB’s, Organisaties van Openbaar Belang; op dit moment zijn dit de beursgenoteerde ondernemingen. De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) heeft gereageerd op de misstanden door een streng puntensysteem voor kwaliteitscontrole in te voeren. Maar merkwaardig genoeg blijft de rol van de opdrachtgever in dit alles onderbelicht.

Wat mij als inkoper intrigeert, is hoe het mogelijk is dat er zoveel misstanden zijn (lees: slechte prestatie van een leverancier), en dat opdrachtgevers toch pas in beweging komen nadat zij daartoe wettelijk zijn verplicht. Natuurlijk is het niet eenvoudig voor een beursgenoteerde onderneming om van accountant wisselen, en natuurlijk worden de misstanden mede veroorzaakt door het spanningsveld tussen de belangen van de opdrachtgever en die van de accountant. Maar uiteindelijk schaden de misstanden de belangen van diezelfde opdrachtgever, en zijn er ook vele niet-beursgenoteerde ondernemingen (waarvoor een wisseling eenvoudiger is), die jarenlang met dezelfde accountant werken ondanks dat deze niet optimaal presteert.

Naast de wettelijk verplichte roulatie en het zelfreinigend vermogen van de Beroepsorganisatie is het daarom tijd voor een extra medicijn: marktwerking op initiatief van de opdrachtgever. Iedereen die wel eens een monopolist is tegen gekomen weet immers, dat het erg lastig is om deze uit te dagen tot een optimale prestatie. En in een jarenlange relatie voelt en gedraagt een accountant zich als monopolist.

Hoewel voor dit extra medicijn geen intensieve clinical trials nodig zijn, gaat het niet vanzelf. Concurrentiestelling in deze is gevoelige materie. De toezichthouder (Raad van Commissarissen, Raad van Toezicht) beslist, en deze verkiest vaak (ook bij niet-beursgenoteerde ondernemingen) een Big4 accountant. Maar concurrentiestelling tussen de Big4 is natuurlijk óók marktwerking. De ervaring leert overigens, dat als je als niet-beursgenoteerde onderneming bij deze concurrentiestelling ook een aantal andere accountantskantoren meeneemt, de beslissing niet zelden in het voordeel van een niet-Big4 kantoor uitvalt. En dat is niet alleen vanwege tarieven, maar ook vanwege klantgerichtheid en maatwerk, kortom: toegevoegde waarde.

Als inkopers weten we alles van marktwerking en concurrentiestelling. Zo weten we ook, dat concurrentiestelling een mooie gelegenheid is om voorafgaand daaraan eens goed na te denken over wat je nu eigenlijk zoekt in de betreffende leverancier, en om de bijbehorende processen eens goed onder de loep te nemen (wat doe je zelf, wat besteed je uit enz). Deze voorbereiding zorgt – naast de concurrentiestelling - nog eens voor extra voordeel in kwaliteit en efficiency. Helaas blijkt dat inkopers in de praktijk lang niet altijd betrokken zijn bij overwegingen ten aanzien van de accountantskeuze. Tijd voor een goed gesprek met uw CFO?

Klik hier om de column op Inkoperscafe.nl te lezen.