Aanbestedingswet 2016:
9 veranderingen op een rij

"Houdt bij de voorbereiding van een Europese aanbesteding nu al rekening met de nieuwe regels."

8 juni 2015 | Hoking Cheung | Publicatie: Facto magazine

De huidige Aanbestedingswet, die nog maar twee jaar in werking is, gaat in 2016 al weer op de schop. Hoewel de nieuwe, definitieve wetstekst nog niet bekend is, kan al wel iets gezegd worden over de veranderingen die er mogelijk aan zitten te komen. Een overzicht.

De huidige Aanbestedingswet dateert van 2013. In 2014 heeft de Europese Commissie de aanbestedingsregels verder gemoderniseerd. Daarbij stelde De Commissie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen op, die moeten leiden tot nog minder administratieve lasten en nog betere toegang van het midden- en kleinbedrijf tot overheidsopdrachten. De richtlijnen moeten ook zorgen dat overheidsopdrachten meer ondersteuning geven aan andere beleidsdoelen, zoals het streven naar duurzaamheid en innovatie.

Wetsvoorstel nog niet definitief

Het conceptwetsvoorstel was tot 5 mei jl. ter consultatie op internet te raadplegen (internetconsultatie). Het is mogelijk dat er nog onderdelen van het voorstel worden aangepast. Daarna wordt het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer.
De nieuwe Aanbestedingswet gaat gelden voor aanbestedingen die vanaf 16 april 2016 gepubliceerd worden. Daarom is het raadzaam om bij de voorbereiding van een Europese aanbesteding vanaf begin 2016 rekening te houden met de nieuwe regels. Hieronder een overzicht van 9 belangrijke wijzigingen.

9 belangrijkste wijzigingen op een rij:

  1. Aanbestedingsprocedure wordt volledig digitaal
    Aanbestedingsprocedures moeten volgens het conceptwetsvoorstel digitaal worden uitgevoerd. De aanbestedingstermijnen worden hierdoor verkort en het vermindert de administratieve lasten.
  2. Meer flexibiliteit in de aanbestedingsprocedure
    Aanbestedende diensten krijgen meer flexibiliteit bij het toepassen van de aanbestedingsprocedures. Zij kunnen daardoor vraag en aanbod beter op elkaar aan laten sluiten en opdrachten efficiënter in de markt zetten.
  3. Wijziging systematiek 2B-diensten
    Voor de voormalige 2B-diensten gaat het volledige regime van de Aanbestedingswet gelden. 
    In de huidige Aanbestedingswet wordt een onderscheid gemaakt tussen 2A- en 2B-diensten. Voor 2B-diensten geldt nu niet de hele wet (het zogenaamde verlichte regime). In het conceptwetsvoorstel bestaan 2B-diensten niet meer. Voor een deel van de 2B-diensten gaat een nieuwe eigen procedure gelden.
  4. Eigen procedure voor sociale en andere specifieke diensten
    Aanbesteden van sociale en andere specifieke diensten wordt anders ingericht: de nieuwe regelgeving stelt dat aanbesteden van deze diensten alleen verplicht is voor opdrachten boven de € 750.000. Een aankondiging en een gunningsbericht worden verplicht. De Europese Commissie stelt formats voor deze documenten beschikbaar, om aanbesteden eenvoudiger te maken.

    Onder sociale en andere specifieke diensten vallen (o.a.) de volgende diensten: 
    gezondheidszorg, maatschappelijke diensten, onderwijsvoorzieningen, hotel- en restaurantdiensten, onderzoek en veiligheidsdiensten, gevangenisdiensten, juridische diensten, post, internationale diensten en diensten van een smid.

  5. Accepteren Eigen Verklaring verplicht
    Het accepteren van de Eigen Verklaring (EV) door de aanbestedende dienst wordt verplicht. Er komt een nieuw Model Eigen Verklaring. Dit model wordt door de Europese Commissie beschikbaar gesteld in een Uniform Europees Aanbestedingsdocument (beschikbaar via e-Certis). Het uniforme Europese document maakt het voor internationale bedrijven makkelijker om zich in te schrijven voor overheidsopdrachten in een ander land.
  6. EMVI als gunningscriterium
    Het enige gunningscriterium in de nieuwe richtlijn is EMVI (Economisch Meest Voordelige Inschrijving). EMVI kan ook bepaald worden op basis van de laagste kosteneffectiviteit of de laagste prijs. Gunning op laagste prijs is dus nog steeds mogelijk, maar die gunning moet extra gemotiveerd worden door de aanbestedende dienst.
  7. Wijzigingen concessieovereenkomsten
    Een concessieovereenkomst is een opdracht waarbij de tegenprestatie voor de uitvoering van het werk of de dienst niet bestaat uit betaling, maar uit het verlenen van een exploitatierecht.

    Er komt een Europese publicatieverplichting voor concessies en de nieuwe regelgeving beperkt de looptijd van concessieovereenkomsten tot maximaal vijf jaar. Bij langere looptijden is een extra motivatie nodig, waarin duidelijk wordt dat de concessiehouder meer dan vijf jaar nodig heeft om zijn investering terug te verdienen. De maximale looptijd voorkomt langdurige opdrachten, waardoor organisaties vaker de kans krijgen om zich in te schrijven.

  8. Nieuwe procedure: innovatiepartnerschap
    Voor de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve producten, werken en diensten is een aparte procedure opgesteld: innovatiepartnerschap. Dit partnerschap kan met meerdere ondernemers tegelijk gesloten worden en is bedoeld om innovatie te stimuleren.
  9. Correctie van uitsluiting mogelijk
    De aanbestedende dienst kan eisen dat inschrijvers in het verleden geen beroepsfouten hebben gemaakt. De nieuwe regelgeving beperkt het aantal jaar dat mag worden teruggekeken tot 3 jaar (in plaats van 4 jaar). Een inschrijver kan volgens de nieuwe regelgeving aantonen dat hij, ondanks beroepsfouten in het verleden, toch betrouwbaar is. Dat is mogelijk op de volgende manieren:
    1. de inschrijver toont aan dat hij een schadevergoeding heeft betaald en/of
    2. heeft meegewerkt aan onderzoeken door de autoriteiten en/of
    3. concrete compliance-maatregelen heeft genomen.