Stap af op het onbekende en laat je verrassen

'Eigenlijk zou elke bestuurder minimaal eens per maand iemand moeten uitnodigen die hem of haar inspireert.'

5 januari 2015 | Publicatie: Het Financieele Dagblad

‘Tijdens de lunch vertelde facilitair medewerker Hans mij ooit dat hij elke week in toren A van SNS Reaal veertig tot vijftig pakken papier aflevert voor de printers en kopieermachines. Dat vind ik leuke weetjes! Ik pakte mijn rekenmachine en kwam tot de conclusie dat alleen al in deze toren ongeveer 6,25 miljoen vellen per jaar worden gebruikt. Om het kostenbesef bij de medewerkers te vergroten, publiceerde ik dit cijfer vervolgens op het intranet van de bank-verzekeraar.’

Caroline van den Bosch is medeoprichter en managing partner bij Emeritor, een dienstverlener met meer dan honderd medewerkers die publieke en private organisaties helpt hun inkoopprocessen beter in te richten. In haar functie komt zij regelmatig bij klanten over de vloer en bezoekt zij allerlei bijeenkomsten. Bij die gelegenheden stapt zij bij voorkeur af op mensen die bijvoorbeeld de verkeerde schoenen dragen of er anderszins onconventioneel uitzien.

Gebaande paden

‘Die mensen vertellen geen standaardverhalen’, zegt Van den Bosch. ‘Als je echt wilt weten hoe een bedrijf in elkaar zit, moet je bij hen zijn. Ik ben nieuwsgierig en houd van verrassende en inspirerende inzichten en contacten; daar word ik blij van. Daarom ga ik tijdens een lunch graag bij onbekenden zitten. Veiligheid wordt voor mij snel saaiheid, ik ga liever het avontuur tegemoet en kies voor een bestaan buiten de gebaande paden. Dat kan ik iedereen aanraden.’

‘Eigenlijk zou elke bestuurder minimaal eens per maand iemand moeten uitnodigen die hem of haar inspireert’, vervolgt Van den Bosch. ‘Ook als het druk is, moet daar tijd voor worden vrijgemaakt. Wanneer je openstaat voor andere mensen en meningen, zal je naar mijn stellige overtuiging minder snel zonnekoningengedrag vertonen. Verbazing en nieuwsgierigheid zijn belangrijk.’

Albert Schweitzer

Als meisje al heeft Van den Bosch een nieuwsgierige natuur. ‘Op de lagere school maakte ik een werkstuk over de Duitse arts, theoloog en filosoof Albert Schweitzer. Natuurlijk kon ik net als de andere kinderen de plaatselijke bibliotheek plunderen, maar dat vond ik niet uitdagend.’ Dus fietst zij elke week vanuit haar woonplaats Schalkhaar naar het Schweitzermuseum in het nabijgelegen Deventer. ‘Mijn moeder vond dat een probleem voor een elfjarig meisje, maar mijn vader was ervan overtuigd dat ik mij wel zou redden. Hij vroeg alleen of ik genoeg kwartjes had zodat ik eventueel kon bellen vanuit een telefooncel.’

Vader Van den Bosch was brigadegeneraal, kreeg regelmatig een nieuwe standplaats en moest dan verhuizen met zijn gezin. ‘Ik vond dat geweldig’, zegt Van den Bosch, ‘altijd een nieuwe omgeving, altijd een nieuwe school en altijd nieuwe mensen.’ En altijd nieuwe baantjes. ‘Toen mijn vader bij de generale staf in Den Haag diende, werkte ik bij Rabobank, bij een visrestaurant, bij een groenteboer en verkocht ik ook nog sokken op de markt. Al op jonge leeftijd was ik ondernemend.’

'Vrijwillige degradatie'

Caroline van den Bosch gaat na de lagere en middelbare school naar de heao. Vervolgens wordt zij verkoper bij technologiebedrijf Unisys. ‘Daar ontmoette ik Cees Ubink, de man met wie ik later Emeritor zou oprichten. Unisys verkocht net als veel andere partijen onder andere apparatuur van het toen net opkomende Cisco. Waar de concurrentie voor deze producten kortingen bedong van 40%, namen wij genoegen met 35%. Op die manier werden klanten die bij Cisco informeerden, vaak doorverwezen naar ons. Dankzij de lagere marge boekten wij een hogere omzet en uiteindelijk meer winst.’

Ondanks dit succes wil Van den Bosch na verloop van tijd zichzelf in een nieuwe functie ‘opnieuw uitvinden’ en stapt zij over naar de inkoopafdeling van Unisys. Haar collega's reageren verbaasd; inkoop staat niet bepaald bekend als een flitsende afdeling, heeft een lage status en houdt bij wijze van spreken kantoor in de kelders van het bedrijf. In hun ogen kiest Van den Bosch voor een vrijwillige degradatie.

Laaghangend fruit

'Merkwaardig', reageert Van den Bosch op het vooroordeel van haar voormalige collega’s. 'Vaak koopt elke afdeling zelf in en heeft niemand in het bedrijf het totaaloverzicht, ook de financieel bestuurder niet. Maar door het inkoopproces goed te organiseren, wordt het mogelijk beter te onderhandelen en dat levert grote besparingen en verbeteringen op. Waar de verkoop in veel gevallen alleen met behulp van een overname of een dure campagne een grotere bijdrage kan leveren aan de winst, is bij de inkoop vaak sprake van laaghangend fruit.’

Dat is nog niet alles. Wanneer de eerste winst is geboekt, wordt het tijd aandacht te besteden aan het hoger hangend fruit en inkoopstrategieën te ontwikkelen. Door bijvoorbeeld de cruciale leveranciers te herkennen en te benoemen, kunnen die efficiënter worden ingezet in de waardeketen zodat nieuwe vormen van samenwerking ontstaan.

Bij Unisys ontdekt Van den Bosch de mogelijkheden van een verbeterde inkoop en zeventien jaar geleden besluit zij samen met Cees Ubink Emeritor op te richten. ‘Wij denken met de klant mee over de positionering van de inkoopfunctie in de organisatie’, zegt Van den Bosch. ‘Bij voorkeur blijven wij ook betrokken in het vervolgtraject en helpen wij bij de implementatie van de plannen. Daarbij gaat het overigens niet alleen om de kosten. De keuze voor bijvoorbeeld milieubewuste leveranciers kan ook belangrijk zijn voor de beeldvorming rond een bedrijf.’

Kwark

Hoe zeer Van den Bosch ook gegrepen is door haar werk, thuis verloopt de inkoop tamelijk chaotisch. ‘Thuis ben ik anders, en kan ik meer aan het toeval overlaten.’ Op haar smartphone toont zij een boodschap van haar twintigjarige zoon die haar onder de aandacht brengt dat hij geen kwark in de koelkast zag. ‘Hij gaat vaak naar de sportschool en wil zo veel mogelijk eiwitten eten. Natuurlijk heb ik hem geantwoord dat hij steeds de laatste pakt en ook zelf naar de winkel kan.’

Van den Bosch omschrijft zichzelf liever als een ondernemer dan als een inkoper. ‘Ik vind het inkoopproces fascinerend, ik geniet wanneer onze inspanningen besparingen en een betere samenwerking met de leverancier opleveren. In mijn werk kom ik bij veel verschillende organisaties over de vloer en hoor ik steeds weer nieuwe en inspirerende verhalen. Verrassingen houden mij scherp, het maakt mij niet uit of die van de financieel directeur of van de facilitair medewerker komen.’