Schoonmaker als ambtenaar is onzin

Schoonmaker als ambtenaar is onzin

Inge Norbruis - Managing Consultant Emeritor"Schoonmakers zijn de dupe van een verkeerd ingericht aanbestedingsproces."

20 maart 2015 | Inge Norbruis | Publicatie: Trouw

Het Rijk gaat schoonmakers in dienst nemen om hun positie te verbeteren. Maar de overheid zou beter kunnen toezien op aanbestedingen op basis van kwaliteit, vindt Inge Norbruis.

Binnenkort treden zo’n tweeduizend schoonmakers in dienst bij de rijksoverheid. In het kader van deze inbesteding wordt de Rijksschoonmaakorganisatie opgericht. Deze ontwikkeling wordt door de schoonmakers zelf met gejuich ontvangen. Zij willen zich, kort gezegd, meer betrokken voelen bij hun werkomgeving en beter betaald krijgen. Een dergelijke inbesteding werkt voor de overheid echter vooral kostenverhogend en zal voor de positie van schoonmakers helaas niet veel uitmaken.

Als we kijken naar de eerstgenoemde behoefte – zichtbaarder zijn en meer erkend worden binnen de organisatie – dan is de vraag of dat met deze maatregel gaat gebeuren. Als schoonmaak immers in de avonduren gebeurt, blijven schoonmakers anonieme medewerkers die toevallig in dienst zijn bij de overheid.

Daarnaast is het zeer de vraag of de verwachte verbetering van de beloning daadwerkelijk gaat plaatsvinden, nu men ook in overheidsdienst gewoon onder de cao blijft vallen die in de schoonmaaksector van kracht is. Een praktische vraag is ook wat er gaat gebeuren met het niveau van de dienstverlening op het moment dat schoonmakers in dienst treden van de overheid. Schoonmaakbedrijven hebben specifieke kennis en ervaring in huis die bij de overheid ontbreekt. Dat lijkt te worden vergeten.

Schoonmaakondernemingen merken terecht op dat het besluit om een groot aantal schoonmakers ambtenaar te maken politiek van aard lijkt en niet rationeel. Het ongefundeerde karakter van het besluit doet dat inderdaad vermoeden. Want naast de hierboven genoemde misvattingen over een verbetering van de persoonlijke positie van schoonmakers is inbesteden ook nog eens duurder, zo stelt ook branchevereniging OSB. In een tijd waarin de overheid over de hele linie moet bezuinigen, is dat merkwaardig te noemen.

Argumenten te over om schoonmaakdiensten uit te blijven besteden. Maar om de positie van werknemers in die sector te verbeteren, moet wel het aanbestedingsproces op de schop. Bij Europese aanbestedingen onder schoonmaakdienstverleners is prijsconcurrentie namelijk zo sterk dat er ernstige prijserosie ontstaat. Het indirecte gevolg is dat schoonmakers te weinig betaald krijgen en dat bedrijven in de sector onvoldoende winstgevend kunnen zijn. Kortom: schoonmakers zijn de dupe van een verkeerd ingericht aanbestedingsproces. Door hen in dienst te nemen, geeft de overheid er blijk van beter voor deze groep te willen zorgen, maar kiest zij daarmee niet de kostbare weg van de minste weerstand? De redenering lijkt nu: omdat wij het u als overheid onmogelijk maken goed voor uw mensen te zorgen, nemen wij die rol van u over.

Prijsconcurrentie ontstaat pas wanneer een aanbestedende dienst zwaar de nadruk legt op het element ‘prijs’ in zijn aanbestedingen. Dat is een gemiste kans, want aanbestedende diensten kunnen zo ondernemend mogelijk omgaan met een gunning. Zo kan ervoor worden gekozen een relatief groot aantal punten in een gunning toe te kennen aan kwalitatieve elementen, anders dan prijs, bijvoorbeeld een schone ruimte. Daarmee wordt echt gebruikgemaakt van de expertise van schoonmaakbedrijven. Hiervoor is wel nodig dat aanbestedende diensten de criteria zo helder stellen dat ze ook echt onderscheid kunnen maken tussen de verschillende meedingende partijen, anders is de kans groot dat er toch weer een gunning op prijs ontstaat.

Als de overheid haar besluit om schoonmakers in dienst te nemen baseert op de afspraak in het regeerakkoord om de positie van werknemers in de facilitaire dienstverlening te verbeteren, slaat zij de plank mis. Juist door prijserosie in het aanbestedingsproces te voorkomen, verbetert zij de positie van schoonmaakbedrijven en daarmee van werknemers. Daar valt echt winst te behalen.