Ad Majorem Populus Gloriam

Vandaag houdt de zojuist verkozen paus Franciscus zijn inaugurele rede. Een openbare redevoering waarmee hij zijn werkzaamheden als paus aanvangt. Na het conclaaf en de ‘witte rook’ weten we eindelijk wie de leiding van de katholieke kerk op zich heeft genomen. Gekozen is voor een man die behoort tot de Sociëteit van Jesus of te wel de Jezuïeten. De lijfspreuk van de Jezuïeten is ‘Ad Majorem Dei Gloriam’.

Vandaag houdt de zojuist verkozen paus Franciscus zijn inaugurele rede. Een openbare redevoering waarmee hij zijn werkzaamheden als paus aanvangt. Na het conclaaf en de ‘witte rook’ weten we eindelijk wie de leiding van de katholieke kerk op zich heeft genomen. Gekozen is voor een man die behoort tot de Sociëteit van Jesus of te wel de Jezuïeten. De lijfspreuk van de Jezuïeten is ‘Ad Majorem Dei Gloriam’. Dit betekent ‘Tot meerdere eer van God’. Het idee hierachter is dat elk werk dat niet duivels is, voor de hemel verdienstelijk is, als het met die intentie wordt gedaan. Dit geldt ook voor de gewone alledaagse handelingen. De sociëteit staat enerzijds bekend om haar strengheid, gehoorzaamheid en tucht. Anderzijds weten we ook dat Jezuïeten kritische individuen zijn die geen blad voor de mond nemen.

Als inkoopadviseur die voornamelijk aanbestedingen voor de publieke sector uitvoert, houd ik daar wel van; gehoorzaam aan de regels en kritisch direct.

Een aanbestedingsprocedure heeft, naar mijn idee, ook raakvlakken met de Jezuïeten. Een aanbestedingsprocedure is er op gericht om een overheidsopdracht voor iedere leverancier toegankelijk te maken. Om alle leveranciers op een gelijke en transparante manier te behandelen. Het is niet de bedoeling van de overheid om leveranciers bij voorbaat uit te sluiten en te zeggen, jij mag niet meedoen. Alle aanbestedingsregels zijn met een goede intentie ontwikkeld. Ook al wordt de procedure vaak als negatief en misschien wel duivels ervaren. De aanbestedingswetgeving maakt dat een aanbestedingsprocedure bij de overheid strak is gereguleerd. Wet- en regelgeving die met strikte regels voorschrijven hoe de overheid een offerte mag opvragen en die voorschrijven hoe een leverancier zijn offerte moet indienen. Als overheid verwachten we van de leveranciers dat ze hieraan gehoorzamen. Het niet gehoorzamen aan de voorschriften uit de aanbestedingsprocedure betekent over het algemeen dat de overheidsinkoper streng en afstraffend optreedt, door een leverancier op grond van het niet nakomen van de regels, uit te sluiten voor gunning van de opdracht.

Van een overheidsinkoper mag je verwachten dat hij kritisch is ten aanzien van de aanbestedingsprocedure. Hij dient kritisch te zijn op zijn eisen die hij stelt aan de leveranciers. Deze eisen dienen in verhouding te staan tot de overheidsopdracht die hij uitzet, oftewel hij dient te voldoen aan het proportionaliteitsbeginsel. Daarnaast dient een overheidsinkoper kritisch te zijn op de beoordeling van alle offertes en de gunning van de opdracht. Wordt de beoordelingsprocedure door ieder op de juiste wijze uitgevoerd en zijn de argumenten waarmee een leverancier wordt afgewezen eenduidig en helder geformuleerd?

Als inkoopadviseur denk ik dat het goed is als we de lijfspreuk ‘Ad Majorem Populus Gloriam’ gaan hanteren. Oftewel ‘Tot meerdere eer van het volk’, met de achterliggende betekenis ‘koop op een eerlijke, transparante manier in, zonder de intentie te hebben om een leverancier bewust schade toe te brengen’.

Foto: AFP