De Aanbestedingswet 2012 in de praktijk – deel 1

Financiële en economische draagkracht in de nieuwe Aanbestedingswet

Op 1 april 2013 treedt de Aanbestedingswet 2012 in werking. Alle aanbestedende diensten moeten de veranderingen in de wet gaan onderzoeken en implementeren in de bedrijfsvoering van de eigen organisatie. Om u daarbij te helpen heeft Emeritor voor u de belangrijkste veranderingen uitgezocht en beschreven in een aantal artikelen. In ieder artikel wordt een zelfstandig onderwerp uit de nieuwe wetgeving beschreven. In deze aflevering behandelen we de toetsing van de financiële en economische draagkracht.

Op 1 april 2013 treedt de Aanbestedingswet 2012 in werking. Alle aanbestedende diensten moeten de veranderingen in de wet gaan onderzoeken en implementeren in de bedrijfsvoering van de eigen organisatie. Om u daarbij te helpen heeft Emeritor voor u de belangrijkste veranderingen uitgezocht en beschreven in een aantal artikelen. In ieder artikel wordt een zelfstandig onderwerp uit de nieuwe wetgeving beschreven. In deze aflevering behandelen we de toetsing van de financiële en economische draagkracht.

Financiële en economische draagkracht in de nieuwe Aanbestedingswet

Hoog tijd voor nuancering

 

Geen omzeteisen meer

Eén van de opvallende wijzigingen in de nieuwe Aanbestedingswet is dat geschiktheidseisen geen betrekking meer mogen hebben op de omzet van een Gegadigde of een Inschrijver. De wijziging is zo opvallend omdat het stellen van een omzeteis in de praktijk veel voorkomt. Het is eerder een uitzondering dan regel dat er geen eisen voor de omzet worden gesteld bij een aanbesteding.

Help!, hoor ik u al roepen, als we nu ook al geen eis over de omzet kunnen stellen, hoe kan ik dan toch weten of de opdrachtnemer wel geschikt is voor mijn opdracht, daar moet ik toch zekerheid over kunnen krijgen? Wel, de uitzondering op de regel is ook beschreven: je mag de omzeteis als uitzondering wel stellen , maar dan wel door dat met zwaarwegende argumenten te motiveren in de aanbestedingstukken. In dat geval mag de eis niet hoger zijn dan 3 maal de geraamde waarde van de opdracht.

In de nieuwe Aanbestedingswet is meer aandacht geschonken aan het proportionaliteitsbeginsel en dat is niet zo verwonderlijk. Nog niet zo heel lang geleden waren omzeteisen van 5 of soms tot 10 keer de waarde van de opdracht geen uitzondering. Daarmee werden natuurlijk veel potentieel capabele ondernemers de toegang tot een opdracht van de overheid ontnomen, en dat kan niet de bedoeling zijn. Het is begrijpelijk dat het MKB hiertegen in stelling is gekomen, met o.a. de Gids Proportionaliteit als gevolg.

Geen omzeteis – is dat erg?

Nu durf ik de stelling wel aan dat het stellen van een omzeteis in de praktijk zelfs regelmatig wordt gezien als een indicatie voor de mate van de technische bekwaamheid. “Als wij zien dat jouw omzet € 4 miljoen per jaar is, dan moet je onze opdracht van € 1,5 miljoen goed aan kunnen”, is dan de redenering.
Op zich is dit niet correct; zuiver gezien is de omzet een indicatie voor de mate waarin de opdrachtnemer de beschikking heeft over ( financiële) middelen en personeel en een bepaalde organisatiegraad kent. Dit alleen is echter onvoldoende om te bepalen of de opdrachtnemer jouw specifieke opdracht succesvol kan vervullen. Het gaat daarbij immers niet alleen om de financiële omvang van de opdracht, maar zeker ook om de inhoud van de opdracht.

Toets draagkracht zonder omzeteis

Je wilt als inkoper weten of de opdrachtnemer niet in financiële problemen komt tijdens het uitvoeren van de opdracht en mogelijk door het uitvoeren van de opdracht. En je wilt daarnaast ook dat een opdrachtnemer niet een te hoge afhankelijkheid heeft van jou als opdrachtgever. In de kern gaat het over de wederzijdse afhankelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer. Hoe belangrijk is de continuïteit voor mij als opdrachtgever, gaat het over een kort durende opdracht, of ga ik een strategische relatie aan voor langere termijn? In welke mate ben ik als opdrachtgever afhankelijk , hoe groot zijn de risico’s en welke alternatieven zijn er als het onverhoopt fout gaat, heb ik snel een andere leverancier? Maar ook, in welke mate is de opdrachtnemer afhankelijk van de opdrachtgever, en welk risico loopt de opdrachtnemer als hij de opdracht aanneemt, moet hij specifieke investeringen doen, heeft hij daar voldoende middelen voor, kan hij daarvoor een beroep doen op derden?

De vraag die ik hier stel is of de inkoper bij gebrek aan omzeteisen voldoende middelen heeft om de financiële en economische draagkracht van een opdrachtnemer te toetsen. Hoe zorg je voor de juiste verhoudingen tussen opdrachtnemer en opdrachtgever zonder omzetgegevens? Middelen om de draagkracht te toetsen buiten de omzeteis zijn;

a. passende bankverklaringen of een bewijs van verzekering tegen beroepsrisico’s;
b. overlegging van balansen of balansuittreksels;
c. andere bescheiden die de aanbestedende dienst geschikt acht, indien de ondernemer om gegronde redenen niet in staat is de gevraagde bewijsstukken te overleggen.

Voor de meeste van deze middelen geldt dat voor de formulering en de beoordeling van deze gegevens of financiële kengetallen een goede kennis van de betreffende branche en de financiële organisatie van de onderneming noodzakelijk is.

Omzet alleen zegt ook niet alles: de omvang ( omzet ) van bedrijven neemt af of fluctueert om verschillende redenen, door de huidige economische crisis, maar ook vanwege het terugdringen van (vaste) kosten, focus op de kernactiviteit, het verhogen van de flexibiliteit en slagvaardigheid. Niet-kern activiteiten worden buiten de onderneming geplaatst door outsourcing. Communicatie- en bedrijfsnetwerken spelen een steeds grotere rol, de onderlinge connecties tussen bedrijven neemt toe. Daardoor zie je dat voor een opdracht steeds meer een samenwerking van ondernemers tot stand komt, met onder andere als doelstelling om in korte tijd te kunnen opschalen en ook weer te kunnen afschalen. Mensen en middelen worden opdracht-specifiek ingehuurd. Dit is niet altijd waarneembaar voor de inkoper, wanneer er geen sprake is van samenwerkingsverbanden. Een omzeteis sec is dan lang niet altijd relevant. De inkoper heeft dan nog andere middelen voor het toetsen van de bekwaamheid. De inhoud van referenties, het soort opdracht dat is uitgevoerd, de soort organisatie waarmee dit is gedaan is minstens zo belangrijk.

Wanneer toch een omzeteis?

Voorbeeld 1: een opdracht voor een dienst waar een aantal mensen voornamelijk door ureninzet tot resultaat komen.
In dit geval is het stellen van een omzeteis niet zo relevant voor de draagkracht, zeker als de ondernemer een lage overhead heeft. Hier draagt de opdracht eerder bij aan de gezondheid van de onderneming dan dat het een bedreiging is, mits de marge gezond is. Wil je dan toch een toets op financiële en economische draagkracht dan is een bewijs van verzekering tegen beroepsrisico’s in deze situatie relevanter dan een omzeteis. Daarnaast wil je vooral inzicht in de technische bekwaamheid, maar daar ga ik in het kader van dit artikel niet verder op in.

Voorbeeld 2: een opdracht voor de risicovolle ontwikkeling en de bouw van een zeer innovatief systeem of machine.
In dit geval is het duidelijk dat de opdracht veel grotere risico’s met zich meebrengt voor de financiële draagkracht van de opdrachtnemer. Je mag verwachten dat behoorlijke investeringen worden gedaan, die ook nog eens risicovol zijn, gezien het innovatieve karakter. De opdrachtgever wil hier begrijpelijkerwijs een gedegen inzicht verkrijgen in de financiële en economische draagkracht. Naast het stellen van een omzeteis is voor dit inzicht meer informatie nodig. Een passende bankverklaring, balansen, financiële ratio’s , mits met kennis beoordeeld dragen bij aan een goed beeld van de financiële en economische draagkracht. In dit geval zijn er in mijn ogen voldoende zwaarwegende argumenten om een omzeteis te stellen.
In de Gids Proportionaliteit zijn nog meer voorbeelden over het wel of niet kunnen stellen van een omzeteis te vinden. Aan de hand van toekomstige jurisprudentie zal duidelijk worden wanneer het stellen van een omzeteis proportioneel is.

Conclusie

Het feit dat onder de nieuwe Aanbestedingswet geen omzeteisen meer mogen worden gesteld, schudt de aanbestedingspraktijk, die veelal gewend is juist wél omzeteisen te hanteren, behoorlijk wakker. Ik vind dit geen onwelkome ontwikkeling, integendeel: het dwingt ons allemaal om weer eens goed na te denken over waaróm we doen wat we doen, en of het misschien anders en beter kan. Hierdoor spreken we als inkopers al onze opgedane kennis en ervaring aan. De aanbestedingen en de daaruit voortkomende leveranciersrelaties worden er alleen maar beter van.

Lees ook: De nieuwe Aanbestedingswet 2012.

De bepalingen aangaande de financiële en economische draagkracht als geschiktheidscriterium staan vermeld in de Aanbestedingswet bij Artikel 2.90, 2.91 en 2.92.

Lees ook:

  • De Aanbestedingswet 2012 in de praktijk – deel 2
    Samenvoegen van opdrachten en splitsen in percelen
  • De Aanbestedingswet 2012 in de praktijk – deel 3
    De eigen verklaring in een nieuw jasje

 

Aanbestedingswet 2012 dossier

Meer weten over de aanbestedingswet 2012? Bekijk ons dossier!