Duurzaam inkopen: van ‘Cradle to grave’ naar ‘Cradle to Cradle’?

Waarom is het toch zo moeilijk om in de praktijk resultaten te bereiken met duurzaam inkopen? Misschien ligt de sleutel wel in het feit, dat het initiatief tot duurzaam inkopen doorgaans vanuit de inkoopfunctie komt. Met duurzaam inkopen proberen we veelal om in een bestaande situatie te beperken, hergebruiken en (vervuiling) te reguleren. Ofwel, doe meer met minder om de schade te beperken.  Maar dat leidt alleen maar tot het in stand houden van het productiemodel van ‘cradle to grave’, dat enorme hoeveelheden afval en vervuiling produceert. Hierbij lopen we er regelmatig tegenaan, dat duurzaamheid niks mag kosten. Om daadwerkelijk resultaat te bereiken, moeten we van duurzaam inkopen naar duurzaam ontwikkelen. Zodat duurzaamheid geen geld kost, maar geld oplevert.

Cradle to grave

Waarom is het toch zo moeilijk om in de praktijk resultaten te bereiken met duurzaam inkopen? Misschien ligt de sleutel wel in het feit, dat het initiatief tot duurzaam inkopen doorgaans vanuit de inkoopfunctie komt. Met duurzaam inkopen proberen we veelal om in een bestaande situatie te beperken, hergebruiken en (vervuiling) te reguleren. Ofwel, doe meer met minder om de schade te beperken.  Maar dat leidt alleen maar tot het in stand houden van het productiemodel van ‘cradle to grave’, dat enorme hoeveelheden afval en vervuiling produceert. Hierbij lopen we er regelmatig tegenaan, dat duurzaamheid niks mag kosten. Om daadwerkelijk resultaat te bereiken, moeten we van duurzaam inkopen naar duurzaam ontwikkelen. Zodat duurzaamheid geen geld kost, maar geld oplevert.

Duurzaam ontwikkelen: Cradle to Cradle

In april 2013 is het lang verwachte vervolg op het boek ‘Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things’ verschenen, genaamd ‘The Upcycle’. Dit boek draait om de hamvraag: ‘Waarom zorgen we er niet voor dat onze activiteit het milieu verbetert, in plaats van de planeet te beschermen tegen menselijke invloed?’ Het is mogelijk; we kunnen zorgen voor een gunstige ‘ecologische voetafdruk’ en overvloed voor allen. Maar laten we bij het begin beginnen.

Ik herinner me dat ik in 2006 gebiologeerd heb zitten kijken naar een ‘Tegenlicht’ documentaire van de VPRO. Daarin werd een nieuw, simpel concept toegelicht dat ‘Cradle to Cradle – afval = voedsel‘ heette. Ik begreep al snel dat dit visionaire idee – mits goed uitgevoerd – een nieuwe industriële revolutie zou kunnen ontketenen. Onlangs las ik opnieuw gefascineerd het eerste Cradle to Cradle boek van de Duitse chemicus Michael Braungart en de Amerikaanse architect William McDonough. Een ‘must read’ voor iedereen die milieubewust is, of dat wil zijn.

Hoe in de Cradle to Cradle filosofie wordt afgerekend met het ‘schaarstedenken’ is geweldig. Te vaak bestrijden we milieuvervuiling door te beperken, te vermijden en te offeren. Ook duurzaam inkopen is hier vaak op gericht. De auteurs van Cradle to Cradle bieden positieve oplossingen; industrie kan veilig, effectief, verrijkend en intelligent zijn. Het boek is een pleidooi om onze vindingrijkheid te gebruiken voor een leven met de aarde in tegenstelling tot een leven op de aarde, alsof wij geen deel zouden uitmaken van het geheel.

Wat is Cradle to Cradle (C2C)

Cradle to Cradle is in tien jaar tijd een bekend begrip geworden in Nederland, vooral in de bouwwereld, maar wat betekent het nu precies?

De betekenis van Cradle to Cradle kun je als volgt omschrijven: “De centrale gedachte van de Cradle to Cradle (wieg tot wieg) filosofie, is dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product.” (Bron: Wikipedia)

Cradle to Cradle is een visie die uitgaat van de basale gedachte ‘afval = voedsel’ (waste equals food), waarbij materialen en stoffen uit de producten aan het einde van hun levensloop zonder kwaliteitsverlies hergebruikt moeten kunnen worden in een oneindige kringloop.

Afval is stom

In de visie van duurzame ontwikkeling van Braungart en McDonough is C2C alleen te realiseren, als vanaf de bedenk-, concept- en ontwerpfase rekening wordt gehouden met oneindig hergebruik door ‘design for reincarnation’ centraal te stellen en milieuaantasting door ‘end-of-pipe’ techniek voorgoed uit te bannen. Dit betekent een radicale herinrichting van productieprocessen en een nieuwe kijk op de wereld waarin het ‘concept van afval’ niet meer bestaat. Afval is stom, het kost geld en levert niks op behalve problemen. Omdat we in een wereld leven waarin alles met alles samenhangt, kun je afval niet weggooien. Er bestaat immers geen ‘weg’; je kunt afval niet kwijtraken; het is altijd ergens waar het ’t milieu belast. In de visie van duurzaam ontwikkelen bestaat er een industrie met maak-, productie- en hergebruikprocessen die veilig zijn, effectief, verrijkend en intelligent. Klinkt als een utopie? Wel, het tegendeel wordt bewezen door de praktijkvoorbeelden, waarover straks meer.

Een wereld van overvloed

Braungart en McDonough schetsen een wereld van overvloed; in hun ogen komt het huidige milieubeleid te veel neer op ‘schuldmanagement’ dat vooral consuminderen en minimaliseren als antwoord ziet. In de C2C kringloopvisie kan iedereen volop produceren en consumeren. Daarmee lijkt het C2C principe volkomen haaks te staan op wat we nu doen om de afvalberg en vervuiling te beperken. Niet consuminderen, maar juist méér consumeren klinkt provocerend, maar dat moet wel in context worden gezien. Ophouden met het maken van ‘minder slechte’ producten en uitsluitend nog intelligente producten maken, is dan de randvoorwaarde.

Intelligente producten zijn gemaakt van materialen die we steeds weer kunnen teruggeven aan de technische of biologische kringlopen; een oneindige kringloop wel te verstaan. Dat betekent dus ook dat je bij het ontwerpen van iets, je al meteen moet afvragen welke materialen je gebruikt, hoe vervuilend die zijn èn hoe het straks met de herbruikbaarheid van het afval zit (design for reincarnation). Een volledig andere manier van ontwerpen, produceren en hergebruik dus.

Inspiratiebron is de natuur zelf, die rijk en overvloedig is. Neem een boom, die ‘produceert’ meer bloesem dan strikt noodzakelijk is, maar verrijkt met haar ‘afval’ de omgeving. Wat als we een fabriek zouden bouwen die functioneert zoals een boom? Braungart en McDonough deden het.

Ze ontwierpen een fabriek voor Herman Miller, een fabrikant van kantoormeubilair. Een gebouw dat meer energie produceert dan het gebruikt, haar eigen afvalwater zuivert, een eco-dak heeft dat het binnenklimaat op efficiënte wijze reguleert en tevens een vriendelijk leefgebied is voor vogels. Een ontwerp waarin licht, lucht en ruimte is meegenomen, zodat werknemers de wisseling van de seizoenen ervaren. Omdat er minder kunstlicht nodig is en er op natuurlijke wijze wordt gekoeld, levert dit een besparing op in geld èn een verhoogde productie. De betere werkomgeving beïnvloedt direct het resultaat. Medewerkers blijven langer, omdat ze liever in een lichte omgeving werken waar ze naar buiten kunnen kijken, dan in een bedompte, donkere ruimte waar het enige licht kunstlicht is. In de fabriek wordt de Mirra-bureaustoel gemaakt, die 96% recyclebaar is; de materialen zijn tot op moleculair niveau te scheiden.

Downcycling

Bij C2C geldt het uitgangspunt bij het ontwerpen en maken van producten, dat alle gebruikte componenten volledig, eenvoudig en hoogwaardig hergebruikt moeten kunnen worden.

Recycling leidt meestal tot downcycling, d.w.z. op den duur vermindert – door het huidige productontwerp – bijna altijd de kwaliteit van het materiaal en dat leidt tot een zwakker minder goed bruikbaar (gerecycled) product. Met andere woorden ‘downcycling’ is een term om aan te geven dat het product zijn oorspronkelijke waarde verliest. Dit in tegenstelling tot upcycling, waarbij de gerecyclede grondstof een hogere zuiverheid heeft dan die van de oorspronkelijke grondstof. C2C heeft als uitgangspunt dat de dingen op zijn minst hun oorspronkelijke waarde moeten terugkrijgen, of zelfs worden verbeterd door recycling.

Een mooi voorbeeld van downcycling is het reflectorpaaltje langs de weg, afwisselend gemaakt van oude PET-flessen, of autobanden. De materialen waren op weg naar de stort, maar krijgen een tweede leven. Klinkt goed, maar in dat leven sijpelen zwavel en andere schadelijke stoffen de bodem in. Door de snelle degeneratie van het laagwaardige materiaal onder UV-licht wordt het paaltje bros en vaal. Na enige tijd moet het paaltje vervangen worden en alsnog gestort. Het resultaat is dus niet de terugwinning van nuttig materiaal, maar de verspreiding van gifstoffen en het onbruikbaar maken van het hoogwaardig materiaal.

Een paaltje van hoogwaardig hernieuwbare grondstoffen bestaat. Het lekt geen gif, maar voedt de grond. Na gebruik hoeft het niet te worden opgehaald, maar het kan als voedsel worden ontleed door de berm. Dit paaltje is van hout

Innovatie

Met wetten en regels worden mens en industrie in het gareel gehouden. Wanneer ontwerpen echter onintelligent en destructief zijn, kan regulering slechts zorgen voor vermindering van schadelijke effecten. Instanties geven een schadevergunning af om vervuiling, ziekte, sterfte in een aanvaardbaar tempo te blijven veroorzaken. Wat we feitelijk doen, is destructie iets afzwakken. De schadelijke effecten zijn er nog steeds, echter ze komen nu met vertraging aan het licht. En die vertraging maakt het tot een zeer sluipend proces. Het is destructie op kousenvoeten, waardoor het gevoel van urgentie om iets te veranderen totaal ontbreekt.

Wanneer we dus ‘minder slecht’ als uitgangspunt nemen, accepteren we de dingen zoals ze nu zijn en slaan we de menselijke verbeelding en vindingrijkheid over. De kern van de Cradle to Cradle visie is producten op een zodanige manier te ontwerpen, dat ze terug kunnen keren in de biosfeer (natuur), of technosfeer (alle technische dingen die we maken). In deze voortdurende kringloop zouden alle materialen en stoffen (inclusief energie, afval en water) hun biologische en technische ‘voedingswaarde’ moeten behouden. Deze visie betekent een totaal andere rol van inkoop: waar duurzaam inkopen veelal gericht is op het beperken van schade, ligt de toegevoegde waarde van inkoop bij duurzame ontwikkeling in het bundelen van innovatieve krachten in de voortbrengingsketen.

Onzakelijk?

Cradle to Cradle is wel afgeschilderd als een hype, maar het lijkt erop dat het een blijvertje is. In eerste instantie kwamen de C2C ideeën onzakelijk over op de ‘captains of industry’, maar bij nader inzien blijkt het gewoon te werken. Het levert aan alle kanten geld op en wordt ook wel circulaire economie genoemd. Bekende namen als Nike en Ford zijn intussen gevallen voor Cradle to Cradle. Ze waren gedwongen het idee serieus te nemen, omdat ze voor grote uitdagingen stonden die ze zonder dit C2C concept niet aankonden.

Voor autoproducent Ford werd het oude, ernstig vervuilde fabrieksterrein ‘River Rouge’ onder handen genomen vanuit de C2C filosofie. Dit project had een dwingend doel voor ogen; een fabrieksterrein creëren waar de kinderen van Ford medewerkers veilig konden spelen. De nieuwe fabriek is schoon en vriendelijk voor zijn omgeving; zuivert de grond en de rivier, vormt een habitat voor vogels en toch worden er auto’s gemaakt.

Men ontdekte bij Ford dat milieuverbetering niet strijdig was met financiële doelstellingen. Of om het in de woorden van Ford’s Tim O’Brien te zeggen – ‘I think this is a philosophy that is going to affect every industry and we are going to, by the way, make a lot of money out of this.’

Hoewel bij mijn weten de uiteindelijk door Ford ontwikkelde, volledig recyclebare auto (nog) niet in productie is genomen, is de auto industrie zeker op de goede weg; hybride en zelfs elektrische auto’s hebben hun plek inmiddels veroverd. Een mooi bewijs hiervan: tijdens een tour die één van mijn collega’s deze zomer over het terrein van Universal Studio’s in Hollywood maakte, vertelde de ‘reisleider’ dat al die Priussen van filmsterren waren, en dat de grote dure auto’s helemaal uit waren.

 

Samen duurzaam

Lees meer artikelen over duurzaamheid in onze special: Samen duurzaam.