Grotere slagvaardigheid door nieuwe Aanbestedingsregels

De door het Europees Parlement goedgekeurde nieuwe aanbestedingsrichtlijnen dienen binnen twee jaar in nationaal recht te worden omgezet. Wij kijken nu al uit naar de grotere slagvaardigheid voor opdrachtgevers die dit met zich meebrengt.

Zoals u recent kon lezen op Inkoopvandaag.nl heeft het Europees Parlement op 15 januari j.l. ingestemd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Twee daarvan zijn ter vervanging van reeds bestaande Richtlijnen. De 3e richtlijn is nieuw.

De door het Europees Parlement goedgekeurde nieuwe aanbestedingsrichtlijnen dienen binnen twee jaar in nationaal recht te worden omgezet. Wij kijken nu al uit naar de grotere slagvaardigheid voor opdrachtgevers die dit met zich meebrengt.

Zoals u recent kon lezen op Inkoopvandaag.nl heeft het Europees Parlement op 15 januari j.l. ingestemd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Twee daarvan zijn ter vervanging van reeds bestaande Richtlijnen, namelijk voor de klassieke overheid (thans richtlijn 2004/18/EG) en voor de nutssectoren (thans richtlijn 2004/17/EG). De 3e richtlijn is nieuw, een aparte richtlijn voor concessies die de aanbestedingsplicht voor concessies van werken en diensten reguleert.

Hervormingen al gedeeltelijk in Aanbestedingswet

Aangezien de Aanbestedingswet 2012 minder dan een jaar geleden in werking is getreden en pas op zijn vroegst na twee jaar wordt geëvalueerd, kunnen we aannemen dat een Nederlandse implementatie over twee jaar zal plaats vinden. De landen van de EU hebben namelijk maximaal twee jaar de tijd om de EU richtlijnen in nationaal recht om te zetten.

Toch zien we nu al een behoorlijk aantal elementen van de nieuwe Europese regels in de Aanbestedingswet terug. Daarbij gaat het met name over toepassing van proportionaliteitsbeginselen, de versoepeling en vereenvoudiging van de regels, het verminderen van de lasten, een betere toegankelijkheid tot overheidsopdrachten , splitsing in percelen, veelal gericht op kansen voor het MKB. Dit is niet verwonderlijk, omdat bij het opstellen van de Aanbestedingswet al gekeken is naar de concepten van de EU richtlijnen. Daarnaast was al rekening gehouden met recente (Europese) jurisprudentie.

Hieronder volgen per richtlijn de meest in het oog springende wijzigingen, die we nu niet terugzien in de Aanbestedingswet 2012.

I. Algemeen

Regels en procedures worden vereenvoudigd

  • Het gebruik van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking en de concurrentiegerichte dialoog wordt verruimd.
  • Voor het ontwikkelen en aankopen van innovatieve opdrachten komt een nieuwe procedure; het innovatiepartnerschap met één, of meer dan één ondernemer.
  • Regionale en lokale aanbestedende diensten mogen het geheel van individuele publicaties vervangen door de publicatie van een algemene aanbestedingsplanning van het komend jaar.
  • Het wordt mogelijk om eerst op gunningscriteria te controleren, vóór controle op selectiecriteria. Het onderscheid tussen de twee wordt flexibeler; bij gunning mag de aanbestedende dienst rekening houden met de kwaliteit van het personeel dat de opdracht gaat uitvoeren.
  • Er komen allerlei maatregelen en tools beschikbaar om te faciliteren dat aanbestedingsprocedures en communicatie grotendeels digitaal kunnen.
  • Termijnen worden verkort: voor de openbare procedure van 52 naar 35 dagen. Voor de niet-openbare procedure van 37/40 dagen naar 30/30 dagen.

Onderscheid IIA en IIB diensten vervalt

Een opmerkelijke aanpassing.
Er komt wel een vereenvoudiging van de aanbestedingsprocedure voor sociale en specifieke diensten waaronder: gezondheidszorg, maatschappelijke diensten, onderwijsvoorzieningen, hotel- en restauratiediensten, onderzoek- en veiligheidsdiensten, gevangenisdiensten, juridische diensten post en internationale diensten.

Hiervoor komt een verplichting op publicatie van de (voor)aankondiging en de gunning met formats van de EU, indien de raming van de opdracht meer dan € 750.000 is. Dit is een stuk hoger dan de normale EU- drempelwaarde die nu van toepassing is.

Huidige IIB diensten als vervoer per spoor, vervoer ondersteunende activiteiten en arbeidsbemiddeling lijken straks niet meer onder vereenvoudigde regels te vallen, post komt daar juist wel weer onder.

Selectie en gunning

  • Past performance: Een ondernemingen die bij de uitvoering van eerdere opdrachten significant of herhaaldelijk tekortgeschoten is, mag worden uitgesloten.
  • Inschrijvers die in strijd handelen, of inschrijvingen die in strijd zijn met verplichtingen t.a.v. sociale-, arbeids- of milieuwetgeving mogen /moeten worden uitgesloten.
  • Gunning op EMVI wordt standaard.
  • Beoordeeld mag worden op levenscycluskosten. Hier vallen ook interne kosten en milieukosten onder, zoals verwijderingskosten.
  • Het is toegestaan om keurmerken te eisen. Aan keurmerken zijn eisen gesteld.
  • Om integratie van kwetsbare en kansarme personen met een handicap te bevorderen wordt het voorbehoud van opdrachten aan sociale werkplaatsen verruimd, door een verbreding van de definitie van ondernemingen wier doel het is mensen met een handicap in te zetten.
  • Termijnen voor referenties (3 jaar, 5 jaar voor werken) mogen worden verlengd wanneer dit nodig is om een adequaat niveau van mededinging te verkrijgen.

Maatregelen om grensoverschrijdende aanbestedingen te bevorderen

  • Er komt een EU model Eigen Verklaring, dat via E-Certis beschikbaar wordt gesteld.
  • E-Certis is een informatiesysteem met een overzicht van alle vereiste certificaten en andere documenten in alle lidstaten.
  • Er mogen geen bewijzen worden opgevraagd die gratis ingezien kunnen worden in nationale databases. Lidstaten zijn verplicht E-Certis actueel te houden.

Onderaanneming

  • Aanbestedende diensten mogen specifieke kritieke taken voorschrijven voor uitvoering door de hoofdaannemer (en dus niet door de onderaannemer).
  • Betaling direct aan de onderaannemer wordt mogelijk, om slecht betalingsgedrag van de hoofdaannemer te ondervangen.

Wijziging in contracten

Er komen een aantal bepalingen over de mogelijkheden van het wijzigen van contracten tijdens de looptijd, zonder dat het nodig is een nieuwe aanbestedingsprocedure te organiseren.

II. Specifieke bepalingen voor nutssectoren

De exploratie van gas en aardolie vallen niet langer onder het toepassingsgebied van de richtlijn. De belangrijkste reden voor een aparte richtlijn voor nutssectoren was dat er in de nutssectoren te weinig concurrentiedruk bestond. Hierdoor kon zonder regulering geen transparante en niet-discriminatoire inkoopprocedure worden gegarandeerd. Bij de exploratie van gas en olie is die concurrentiedruk nu wel in voldoende mate aanwezig.

De maximale looptijd voor raamovereenkomsten wordt beperkt tot 8 jaar, behalve als er sprake is van bijzondere omstandigheden, die een langere looptijd rechtvaardigen.

III. Concessierichtlijn

Gebrek aan duidelijke regels is voor de Europese Commissie aanleiding geweest om een aparte Concessierichtlijn op te stellen om daarmee de toegang tot opdrachten en de rechtszekerheid van partijen te vergroten.

  • Het betreft concessies voor werken en diensten boven € 5 miljoen. De waarde van de concessie is de totale omzet die de concessiehouder behaalt gedurende de looptijd .
  • Er wordt geen specifieke procedure voorgeschreven, wel een verplichting tot publicatie en een minimumtermijn van 30 dagen tussen publicatie en inschrijving.
  • Voor concessies van diensten tussen € 2,5 en € 5 miljoen geldt slechts een publicatieplicht.
  • Ook Diensten van Algemeen Economisch Belang vallen onder de concessierichtlijn, mits de aanbestedende dienst vanuit haar beleid besluit deze door derden te laten verrichten.
  • Er worden een groot aantal uitzonderingen genoemd van concessie welke niet onder de reikwijdte van de richtlijn vallen; onder meer concessies op basis van uitsluitend recht, concessies met defensie- en veiligheidsaspecten, verwerving of huur van grond en gebouwen en bepaalde concessies voor loterijdiensten, juridische diensten, elektronische communicatie, water en publiek-publieke samenwerking. Het is aan te bevelen per geval te onderzoeken of een uitzondering van toepassing is.
  • De looptijd van een concessie dient beperkt te blijven tot een looptijd van 5 jaar. Een langere looptijd is, mits gemotiveerd, mogelijk maximaal tot een looptijd waarbinnen een concessiehouder de investering en rendement redelijkerwijs heeft kunnen terugverdienen .
  • Concessies kunnen worden voorbehouden aan sociale werkplaatsen.
  • Concessies voor sociale en specifieke diensten kennen slechts een beperkt aantal verplichtingen, overeenkomstig de bepalingen in de klassieke richtlijn.
  • Opvallend is ook de bepaling dat achteraf de gunningssystematiek kan worden aangepast door de aanbestedende dienst, als zij een zeer innovatieve inschrijving ontvangt, die niet kon worden voorzien. In dat geval moeten de inschrijvers de mogelijkheid krijgen om opnieuw een inschrijving in te dienen.

Slagvaardigheid voor opdrachtgever neem toe

Gelet op de komende veranderingen is mijn conclusie dat een aantal van de veranderingen bijdragen aan een grotere slagvaardigheid van de aanbestedende diensten.

De toename van de digitalisering vergroot de toegankelijkheid, reduceert de inspanning , verhoogt de snelheid en draagt bij aan een grotere dynamiek in de communicatie.

Het toepassen van past performance, en het flexibeler worden van het onderscheid tussen selectie- en gunningscriteria en het voorschrijven van specifieke taken aan de hoofdaannemer creëren mogelijkheden om gerichter duidelijk te maken wat de opdrachtgever wenst.

Het duurzaam ondernemerschap van de opdrachtgever wordt verder gestimuleerd door het toestaan van keurmerken, de mogelijkheden voor beoordeling op levenscycluskosten van producten en de verruiming van de mogelijkheden om opdrachten voor te behouden aan personen met een handicap.

Verbeteringen van deze aard zien we graag!

Meer informatie