Over slidevezels en bougievonkjes

In inkoopland bestaat een discussie die welhaast ritueel om de zoveel tijd opnieuw gevoerd wordt. Het onderwerp is de mate van materiedeskundigheid die een inkoper nodig heeft. In kamp één treffen wij aan: de generalisten. Zij huldigen het standpunt dat zij verstand moeten hebben van het inkoopproces…

In inkoopland bestaat een discussie die welhaast ritueel om de zoveel tijd opnieuw gevoerd wordt. Het onderwerp is de mate van materiedeskundigheid die een inkoper nodig heeft. In kamp één treffen wij aan: de generalisten. Zij huldigen het standpunt dat zij verstand moeten hebben van het inkoopproces (inclusief duimschroeven en andere obscure martelmethoden die de gevorderde inkoper tot zijn of haar beschikking heeft om elke prijsonderhandeling glansrijk tot een goed einde te brengen). In kamp twee treffen wij de semi-materiedeskundigen. Zij hebben nog wel enige aanvullende kennis vanuit de organisatie nodig, maar weten zo veel van dat ene vakgebied dat zij inkopen dat zij praktisch op dat gebied aan het werk kunnen (mochten zij dat willen).

Hoe ik het in mijn hoofd haal om aan discussie te refereren (met het risico dat de discussie weer oplaait)? Bij mijn hobby longboarden gaat het momenteel vrij veel over slidevezels (de longboardvariant van bougievonkjes/plintenladdertjes). Toen een net begonnen longboarder bloedserieus vroeg hoe hij planken met de juiste slidevezels kon herkennen nam ik mijzelf dringend voor om het nooit zover te laten komen dat ik dankzij onvoldoende materiedeskundigheid op zoek zou gaan naar de slidevezels van de pakketten die ik inkoop! Doe mij toch maar een beetje materiedeskundigheid.