Sprookje

Er was eens een marketeer, die op een dag een inkoper tegenkwam. De marketeer wilde het hebben over bureaus. Gelukkig had de inkoper veel verstand van meubilair.

Hiermee is het sprookje snel afgelopen; we beginnen even opnieuw.

Er was eens een marketeer…

Er was eens een marketeer, die op een dag een inkoper tegenkwam. De marketeer wilde het hebben over bureaus. Gelukkig had de inkoper veel verstand van meubilair.

Hiermee is het sprookje snel afgelopen; we beginnen even opnieuw.

Er was eens een marketeer, die op een dag een inkoper tegenkwam. De marketeer sprak in gloedvolle bewoordingen over zijn geweldige relatie met bureau A. De inkoper was onder de indruk: de marketeer en het bureau moesten samen wel érg succesvol zijn in de markt. Maar de inkoper zag direct ook kansen. En omdat de inkoper het óók goed kon vertellen, wekte hij de interesse van de marketeer. Samen vonden ze de synergie tussen de twee bloedgroepen waartoe ze behoorden en gingen ze het avontuur aan. De marketeer bleef samen met het bureau naar de markt kijken; ze bleven daar mooie dingen doen om het merk te versterken. Ondertussen gaven de inkoper en de marketeer met vereende krachten óók aandacht aan de klant-leverancier relatie, die de marketeer met het bureau had. De inkoper verzamelde feiten over wat er daadwerkelijk gebeurde in de relatie met het bureau. En over de marktconformiteit van de afspraken met het bureau. Vervolgens bepaalden de marketeer en de inkoper samen, met medeneming van het buikgevoel, hun strategie naar het bureau. Op deze manier bereikten ze mooie resultaten – en een bureau dat haar stinkende best deed omdat ze wist dat de marketeer en de inkoper dicht op de bal zaten. En de directeur? Die was ook gelukkig, niet in de laatste plaats omdat hij nu grip op de uitgaven had.