Van VAR naar modelovereenkomst, wat nu?

Van VAR naar modelovereenkomst, wat kan een opdrachtgever het beste doen?

Timme van Aardenne

Inkoopadviseur

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) voor zzp’ers is met ingang van 1 mei 2016 met invoering van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) afgeschaft. Met de inwerkingtreding van de wet DBA, zijn zowel de opdrachtgever als de zzp’er / opdrachtnemer (hierna: zzp’er) verantwoordelijk geworden voor de controle op de beoordeling van de onderlinge werkrelatie. Nu de VAR is te komen vervallen, dienen opdrachtgever en zzp’er in een overeenkomst te bepalen hoe zij hun onderlinge werkrelatie vorm willen geven.

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) voor zzp’ers is met ingang van 1 mei 2016 met invoering van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) afgeschaft. Met de inwerkingtreding van de wet DBA, zijn zowel de opdrachtgever als de zzp’er / opdrachtnemer (hierna: zzp’er) verantwoordelijk geworden voor de controle op de beoordeling van de onderlinge werkrelatie. Nu de VAR is te komen vervallen, dienen opdrachtgever en zzp’er in een overeenkomst te bepalen hoe zij hun onderlinge werkrelatie vorm willen geven.

Voor een opdrachtgever brengt dit veranderingen met zich mee: zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de werkrelatie, die bestaat tussen hem en een zzp’er, is groter geworden. Daardoor kan de opdrachtgever na 1 mei 2017 te maken krijgen met forse naheffingen van de Belastingdienst, wanneer de Belastingdienst zou concluderen dat er sprake is van een dienstbetrekking tussen de opdrachtgever en de zzp’er. Tot 1 mei 2017 geldt een transitieperiode, waarin een inspanningsverplichting voor opdrachtgevers bestaat om de nodige aanpassingen door te voeren die aansluiten bij de nieuwe situatie. Nu van de transitieperiode reeds een aantal maanden zijn verstreken, dringt de tijd voor een goede voorbereiding op de nieuwe situatie. Om u daarin bij te staan, geef ik u hierbij enkele tips, die u als opdrachtgever kunnen helpen om de werkrelatie met de zzp’er zodanig vorm te geven, dat het duidelijk is dat die zzp’er niet in loondienst bij u werkt en dat er geen sprake is van een dienstbetrekking.

"De opdrachtgever kan na 1 mei 2017 te maken krijgen met forse naheffingen van de Belastingdienst."
  • Maak een inventarisatie
    Betrek daarbij alle zzp’ers die op basis van een opdrachtovereenkomst of een overeenkomst van aanneming van werk in uw organisatie werken. Kijk naar de wijze waarop de werkrelatie met deze zzp’er in de overeenkomst en in de praktijk is vormgegeven en kijk wat de juridische basis van de overeenkomst is. Uit het Burgerlijk Wetboek volgen drie criteria aan de hand waarvan u kunt beoordelen of er sprake is van een dienstbetrekking: gezag (de werknemer moet onder gezag en toezicht van de werkgever werken), arbeidsplicht (de werknemer is verplicht persoonlijk arbeid voor de werkgever te verrichten) en loonbetalingsverplichting (de werkgever is verplicht de werknemer loon te betalen als tegenprestatie voor de door de werknemer verrichte arbeid). Als één van de drie elementen ontbreekt is er geen sprake van een dienstbetrekking. In de praktijk komen echter vele soorten werkrelaties voor, waardoor het voor partijen niet altijd duidelijk is of er sprake is van een dienstbetrekking. Voor deze grensgevallen komt de wet DBA in beeld.
  • Sluit aan bij een modelovereenkomst
    Indien u twijfelt over de aard van de werkrelatie, kunt u twee dingen doen. Het eerste is een overeenkomst met de zzp’er opstellen, naar het voorbeeld van een van een modelovereenkomst van de Belastingdienst of van een andere (branche-)organisatie. Het werken op basis van een dergelijke overeenkomst is, net zoals het hebben van een VAR, niet verplicht. Wil een opdrachtgever of zzp’er vooraf meer zekerheid hebben dat er geen sprake is van een dienstbetrekking, dan is het werken met een overeenkomst op basis van een door de Belastingdienst goedgekeurd model raadzaam. Dat wordt ook zeker geadviseerd bij de inhuur van een zzp’er. Zodoende verkleint de opdrachtgever de kans dat hij achteraf onverwachts geconfronteerd wordt met naheffingen en correctieaanslagen. 

Ook de zzp’er verkleint hiermee de kans dat hij zijn voordelen van zelfstandigheid (zoals de zelfstandigenaftrek en MKB winstvrijstelling) verliest. Om te voorkomen dat u onnodig risico loopt, raad ik u daarom aan om ervoor te zorgen dat u voor 1 mei 2017 met elke zzp-er in uw organisatie overeenkomsten bent aangegaan naar het voorbeeld van de modelovereenkomsten van de Belastingdienst of andere organisaties die deze beschikbaar stellen. Ga ook met toekomstig in te huren zzp’ers altijd een overeenkomst aan op basis van een door de Belastingdienst goedgekeurd model, om de kans zoveel mogelijk te verkleinen dat de Belastingdienst tot het oordeel komt dat er sprake is van een dienstbetrekking.Past een door de Belastingdienst goedgekeurd model niet bij de werkzaamheden die de zzp’er voor u zal verrichten, stel dan zelf een overeenkomst op en leg deze dan vóór 1 februari 2017 ter toetsing voor aan de Belastingdienst. Het toetsen van de overeenkomst vergt immers tijd. De Belastingdienst zal de op de hierboven genoemde drie elementen, die in het BW genoemd zijn, toetsen en duidelijkheid verschaffen over haar beoordeling van de werkrelatie tussen opdrachtgever en zzp’er. Zonodig kunt u vervolgens de nodige aanpassingen doorvoeren in de overeenkomst.

  • De overeenkomst in het licht van de praktijk
    Toch blijft, ondanks het gebruik van de in paragraaf 2 omschreven overeenkomst als basis van de werkrelatie, een groot risico bestaan. Anders dan de VAR geeft een dergelijke overeenkomst geen volledige vrijwaring voor de afdracht van loonheffingen.In tegenstelling tot periode waarin de VAR werd gebruikt (toen ging de Belastingdienst alleen op onderzoek uit wanneer een duidelijk aanwijsbare aanleiding was om de situatie te controleren), gaat de Belastingdienst namelijk per 1 mei 2017 preventief waarnemingen ter plaatse verrichten en actief controleren op de werkvloer. Daarbij wordt vooral gekeken of de situatie op de werkvloer overeenkomt met wat door partijen bij overeenkomst is overeengekomen. Is dat niet het geval, omdat er bijvoorbeeld toch een gezagsverhouding bestaat, dan zal de Belastingdienst aan de opdrachtgever een correctieverplichting, dan wel een naheffingsaanslagen met terugwerkende kracht opleggen. De Belastingdienst zal in dat geval terug kijken vanaf de aanvang van de werkzaamheden van de zzp’er tot uiterlijk 1 april 2016. Het hebben van een overeenkomst met de zzp’er doet hier dan niets aan af. De opdrachtgever is vooraleerst verantwoordelijk voor de consequenties die hieruit voortvloeien, maar kan de loonbelasting/premie volksverzekeringen in principe verhalen op de zzp’er. Uiteraard staat het voor de opdrachtgever vrij om bezwaar en beroep in te stellen tegen de beslissing van de Belastingdienst.
"Ga het gesprek aan over de noodzaak van het gebruik van een overeenkomst en de eventuele aanpassingen in de samenwerking met de zzp’er."

De kans op deze problemen kan worden voorkomen, wanneer u zich ervoor inspant om vooraf inzicht te verkrijgen in de aard van de samenwerking tussen de zzp’er en u. Ga het gesprek aan over de noodzaak van het gebruik van een overeenkomst en de eventuele aanpassingen in de samenwerking met de zzp’er, die dat met zich meebrengt. Om ervoor te zorgen dat de overeenkomst wordt uitgevoerd zoals afgesproken, moeten de managers/medewerkers die met de zzp’ers werken, goed worden geïnformeerd over de do’s en don’ts in dit kader en moet over de wijze waarop de zzp’er de werkzaamheden bij u verricht goed worden nagedacht en overlegd, ook met de zzp’er.